Op dinsdag 18 februari was er een gemengd programma van bekercompetitie en interne competitie.
Voor de bekercompetitie werden de laatste twee kwarfinale wedstijden gespeeld. Hier wisten Martijn Bakker en Willem de Wilde winnend af te sluiten tegen respectievelijk Tim Evendijk en Alfred Gaasbeek. De namen van Martijn en Willem verdwijnen in de beker waarmee volgende week de loting voor de halve finales wordt verricht.
In de interne competitie wist Marnix Lukasse zijn koppositie verder uit te bouwen. Daar waar de concurrentie elkaar de punten afsnoept, gaat Marnix voortvarend verder en lijkt onbedreigd zijn kampioenschap te prolongeren.
Bekercompetitie.
In de kwartfinale van de bekercompetitie troffen Tim Evendijk en Martijn Bakker elkaar. Een interessante ontmoeting, aangezien Martijn in het verleden schaaktrainer van Tim was. De KNSB-ratings lieten zien dat het niveauverschil kleiner wordt: Tim met 1926 en Martijn 2060.
In de eerste partij speelde Tim met zwart een secure opening en had een betere positie in het middenspel. Beide spelers waren vastberaden, zetten hun stukken in de aanval en het werd een strijd om elke zet. In een complexe afruilvariant wist Martijn net iets beter de stelling te beoordelen en pakte een voordeel. Dit werd in het eindspel vakkundig uitgebuit, wat resulteerde in een 1-0 voorsprong voor Martijn.
In de tweede partij maakte Tim(wit) een fout in de opening, hij schatte zijn stelling in en zag geen winstkansen meer. Hij gaf op en feliciteerde Martijn met de verdiende overwinning. De eindstand werd 2-0 in het voordeel van Martijn.

Alfred (links) tegen Willem
In de eerste kwartfinale partij speelde Alfred Gaasbeek met wit tegen Willem de Wilde. In een dynamische partij waarin beide spelers kansen creëerden, kwam er in de slotstelling door zetherhaling remise tot stand.
Om te voorkomen dat er beslissing via vluggeren moest plaatsvinden, speelden beide spelers in de tweede partij vol op de winst. Nu speelde Willem met wit en er kwam een Siciliaanse verdediging op het bord waarin Alfred lang rokeerde en Willem kort. Hierdoor viel Willem op de damevleugel aan en Alfred op de koningsvleugel. De aanval van Willem had meer momentum waardoor de druk op Alfred toenam. De stelling was voor Alfred onhoudbaar en Willem wist met een mooie matzet af te ronden.
Interne competitie.

Jasper tegen Pim (rechts)
Met wit nam Pim Eimers het op tegen Jasper de Rijk. In de opening kwam de Alapin variant van het Siciliaans op het bord, maar door een onnauwkeurigheid van Pim kwamen beide spelers op onbekend terrein. Na een ruil dacht Jasper dat hij met zijn e-pion Pim onder druk kon zetten, maar deze pion kon gratis geslagen worden in verband met een penning. Pim kon hierna de druk opbouwen en voordelig wat stukken ruilen en nadat hij een vork plaatste gaf Jasper zich over.

Mark (links) tegen Harold
Harold Boom speelde met wit tegen Mark Bakker. Mark kwam wat beter uit de opening. Na enkele schermutselingen kwamen beide speler remise overeen.

Albert tegen Anne (rechts)
Anne Postma met wit en Albert Bootsman speelden opnieuw een interessante partij tegen elkaar. Sinds 1991 treffen deze twee spelers elkaar regelmatig en telkens weer zorgen ze voor een spannende strijd. Dit keer werd een Scandinavische opening op het bord gezet met de zetten e4 en d5. Beide spelers speelden vlot, en Anne koos al snel voor een offensief op de koningsvleugel. Na lange rokades ontstond een gelijkwaardige stelling met weinig ruimte. Anne bood remise aan, maar Albert, die zijn sterke paard positie als kansrijk zag, wees het aanbod af. Een fout van Anne, waarbij hij zijn koning op een verkeerd veld plaatste, werd Anne fataal. Albert ontdekte feilloos de kans en met een aftrekschaak bracht hij Anne in een onhoudbare positie. De partij eindigde in winst voor Albert.

Fedde (links) tegen Peter
Fedde Kingma spelend met wit tegen Peter Jonker kozen voor een Engelse opening. Peter slaagde erin om na een afruilvariant Fedde een dubbelpion te bezorgen, een positioneel voordeel dat hij probeerde uit te buiten. Beide spelers streden om het initiatief, maar zonder de verdediging te verwaarlozen. Dit zorgde ervoor dat het centrum werd dichtgeschoven en niemand het risico durfde te nemen om de stelling open te breken. Er werden geen fouten gemaakt en uiteindelijk werd de vrede getekend met een remise.

Roelof tegen Ben (rechts)
Roelof van der Meer nam het op tegen Ben Zee, die met zwarte zijn favoriete Franse opening speelde. Roelof was echter goed voorbereid en wist zich moeiteloos aan te passen aan deze variant. Na een ruilvariant probeerde Ben een aanval op de koningsvleugel op te zetten en zette druk via de diagonaal. De aanval leverde echter onvoldoende voordeel op om een doorbraak te forceren. Uiteindelijk was remise het logische resultaat van een boeiende partij.
Overige uitslagen.
Carel de Vries – Ruben de Vries 0-1, Dominic van Dijk – Marnix Lukasse 0-1, Jim Pronk – Tom Pronk 1-0, Marcel Bourgeois – Sander Rosman 1-0 R, Anton Spronk – Kees van der Dussen 1-0, Mathijs van Dijk – Dick Wenning 1-0, Robert Degenhart – João Bettencourt 0-1, Fadi el Kasah – Egbert Aalbers 0-1, Aiman Al Ameri – Tamás Szivák 1-0, Hans van de Weteringh – Robin Enneman 0-1 R.
In remise eindigenden:Joas Achterstraat – Hans de Groot, Tom Smit – Stijn Kappert, Diego Wuck – Herman van Scherrenburg.

