Op maandagmiddag 3 maart speelden de vijftigplussers de negende ronde van de zomercompetitie. Opnieuw mocht de steeds maar groter wordende groep vijftigplussers een nieuw lid verwelkomen. Ben Zee (foto links) gaat het naast het schaken op de dinsdagavond nu ook, na lang aandringen, eindelijk ook proberen bij de vijftigplusgroep. Ben gaf gelijk zijn visitekaartje af en ging met de volle buit huiswaarts. Ook op 3 maart werd er fel om de punten gestreden. Verrassende uitslagen? Raadpleeg zelf.
Willem de Wilde, spelend met wit, en Herman van Scherrenburg ging het na de Spaanse opening tot de 15e zet gelijk op. Vanaf dat moment werd de druk van wit groter. Herman besloot toen om g5 te spelen om zo de zet f4 van Willem te voorkomen, maar die kwam enkele zetten later toch. Willem richtte zijn stukken op de zwarte koningsvleugel waarna Herman een pion verloor en zijn stelling begon te wankelen. Hoogtijd om met nog een paar minuten op de klok om op te geven. Willem blijft door deze winst volop in de race voor het kampioenschap.
Egbert Aalbers opende met wit d4 tegen Tom Smit. De eerste zetten verliepen volgens het boekje. Vervolgens brak Egbert het centrum open. Beide schakers hadden kans op initiatief, Tom pakte dit iets te optimistisch aan en verloor daarbij een toren. Enkele zetten later zag Tom geen kansen meer en gaf op.

Arno Braam kon in de opening tegen Kees van de Voort uiteindelijk een (verdedigde) pion doorschuiven naar d6, waar hij een cruciale rol in de partij bleef spelen. Na ruil van stukken op f6 ontstond er een dubbelpion (f7-f6), waarna Arno met wit de mogelijkheid kreeg op de koningsvleugel aan te vallen. Deze aanval resulteerde in pionwinst op f6, dameruil op hetzelfde veld en daarna nog een pion winst. Inmiddels kon pion d6 worden gesteund door een loper op e7. Zo ging de witspeler met twee pionnen voorsprong het eindspel in. Arno kon ook een pion op e6 plaatsen waardoor de druk werd opgevoerd. Kees moest zijn toren en loper inzetten om deze pionnen tegen te houden. Hij moest zijn tweede loper offeren. Arno speelde veiligheidshalve niet op promotie, dat had wel gekund volgens de omstanders (en volgens hemzelf), maar hij vond, in tijdnood, een alternatieve eenvoudige route om de partij uit te spelen. Kees gaf op.

Peter van der Wijngaart speelde met wit tegen Johan de Lange. De partij ging gelijk op, Johan besteedde veel tijd om de juiste voortzettingen te vinden. Peter probeerde in het middenspel voordeel te halen maar Johan schoof de stelling bekwaam dicht met zijn pionnen. Voor Peter viel geen winst meer te behalen en werd tot remise besloten. Door deze puntendeling is de voorsprong van de koploper ietwat geslonken.

Jelle Bottema won in de opening met wit twee pionnen tegen Hans de Groot. Ondanks dit materiële voordeel bleef de stelling voor wit riskant. Gaandeweg de partij ging de vermoeidheid van Jelle meespreken, waarna voor de zekerheid tot een puntendeling werd besloten.
Hans Gillet en Bé Eshuis speelden de Spaanse opening. De partij bleef lange tijd in evenwicht. In het middenspel wist Bé met zwart een pion te winnen maar witspeler had Hans mooie lijnen voor zijn lopers. Door een onnauwkeurigheid van zwart wist Hans een loper te winnen tegen twee pionnen. Materieel was de stand gelijk en werd op voorstel van Bé tot remise besloten. In de analyse achteraf bleek dat zwart wellicht toch iets beter stond.

Martien Smit wist met wit in de opening tegen Kees van Heerikhuize een paard te winnen. Van af dat moment liep Kees achter de feiten aan, Martien ontwikkelde zijn stelling rustig. Kees probeerde nog wat op de koningsvleugel, maar Martien hield het hoofd koel. Toen Kees ook nog kwaliteit weggaf, was het afgelopen! Een verdiende overwinning voor wit.

Peter Pouw, spelend met wit, en Fedde Kingma speelden de Siciliaanse opening. Tot de 31e zet ging de partij gelijk op. Zwart gaf schaak maar was de verdediging even vergeten, gevolg was verlies van een paard, waarna Fedde zich gewonnen gaf.
Gert van ’t Zand opende met wit c4 en f3, waarop Kees van der Dussen antwoordde met c6 en e6. Na de eerste schermutselingen waarbij de paarden werden afgeruild ontstond een situatie waarin beide dames bedreigd werden. De afwikkeling daarvan was gunstiger voor Gert dan voor Kees, waardoor na verloop van tijd Gert met wit een overwicht kreeg en dit tot het einde wist te behouden en Kees derhalve met lege handen huiswaarts zond.
Bij de partij tussen witspeler Eip Jansen en Peter Hekman werd aan verschillende kanten gerokeerd. De aanval van Peter strandde op de witte koningsvleugel, toen zwart op de 23e zet een loper weggaf. Hierna speelde Eip de partij vakkundig uit naar winst.

Klaas van der Wal speelde met wit tegen Ali Amani. Klaas opende met e4. In het middenspel wist Ali een toren te winnen. In het eindspel won Ali ook nog een pion, waarna hij de winst naar zich toetrok.
Fred Post mocht het wit opnemen tegen Joop de Feijter. In het middenspel verloor Fred zijn dame, hij speelde nog wel door, maar moest tenslotte opgeven.
Nieuwkomer Ben Zee had met al zijn ervaring weinig moeite met Jan Neuteboom. Leuke leerzame partij voor Jan. Ben zal snel stijgen op de ranglijst en dan zeker zwaardere tegenstanders tegenkomen.
Jeffry Huiberts begon met wit best goed tegen Jan van der Wurff. In het middenspel verloor Jeffry, doordat hij te snel zette, een paar stukken waarna Jan de partij op zijn naam mocht zetten.

Wim Ydo opende met wit de Oeran Oetang opening tegen Peter Jonker. Op de damevleugel kwam de stelling helemaal vast te staan door een pionnen harmonica. Beide spelers brachten hun stukken tijdig naar de koningsvleugel, zodat er wederzijds geen kansen ontstonden. Gevolg een remise waarmee beide schakers vrede hadden.

Martin van Eijk, spelend met wit, en Alex de Roovere speelden de Spaanse opening. Tot de 24e zet ging de partij gelijk op, waarna remise overeengekomen werd. Beter een half ei dan een lege dop was hun relaas.


