Op maandagmiddag 16 maart 2026 speelden de vijftigplussers de tiende ronde van de zomercompetitie. Opvallend waren de vele puntendelingen in de top tien. Nu zijn er hiervoor een paar mogelijkheden. Of de krachtsverschillen zijn zo minimaal dat de remises hiervan een logisch vervolg zijn. De tweede mogelijkheid is dat we als vijftigplussers te “lief” voor elkaar zijn. Ook kan het natuurlijk zo zijn dat de angst om te verliezen groter is dan de wil om te winnen! Aan u als lezer de eer om een oordeel over bovenstaande te vellen.
Bij Marcel Bourgeois tegen Arno Braam waren de eerste negen zetten identiek. Zwart volgde wit in zijn zetten en zo was na negen zetten de stelling nog steeds symmetrisch. Ook daarna bleef de stelling in evenwicht. De meeste zetten kregen achteraf de goedkeuring van “de computer”. Als er dan geen ernstige fouten worden gemaakt en er geen grote dreigingen te vinden zijn is een vreedzame remise het gevolg. Zo deelden de beide spelers ook hun tweede partij de punten.

Willem de Wilde kwam in een actievere stand uit de opening tegen Wim Ydo, maar dit ging wel ten koste van een geïsoleerde pion in het centrum. Willem wist de geïsoleerde pion af te ruilen, maar wel ten koste van zijn actievere stand. Er kwam uiteindelijk een eindspel op het bord met lopers van ongelijke kleur, waarop besloten werd tot remise.

Bij de partij tussen de wit spelende Peter van der Wijngaart en Martien Smit kozen beide spelers voor een rustige opbouw van de stukken. Na wat wederzijdse speldenprikken kon zwart ergens een pion winnen. Hiervoor kreeg wit wel een aanval met dame en loper op de zwarte koningsvleugel. Beiden hielden dreiging. Na afruil van de torens en later de dames werd de stelling dichtgeschoven. Er werd remise overeengekomen en analyse na de partij gaf aan dat dit een terechte uitslag was.
Ben Verduyn met wit en Herman van Scherrenburg speelden een gelijk opgaande partij. Nadat over en weer remise werd aangeboden, doch telkens weer afgewezen. In het verre eindspel stond Herman ietwat beter, maar hij had nog maar twee minuten bedenktijd. De door hem aangeboden puntendeling werd na een boeiende schaakpartij door Ben aangenomen.
Egbert Aalbers wist met zwart zijn grote schaakvriend uit Lunteren, Johan de Lange aan zijn zegekar te binden. Een verrassende uitslag want met name deze partij was vooraf ingeschaald als een remise.
Jan Hartsuiker won met wit van Hans Gillet, door deze winst sluipt Jan de top tien binnen op een verdienstelijke negende plaats.

Ook de partij in de middenmoot tussen de twee Kezen, oftewel Kees van Heerikhuize en Kees van de Voort eindigde in een vroege overeengekomen puntendeling.

De oudste deelnemers bij de vijftigplussers, Remy Mouthaan mocht alweer voor derde keer deze competitie het zoet van de overwinning proeven, slachtoffer was Fred Post.

Klaas van der Wal is aan een sterke opmars bezig. Van de zes door hem gespeelde partijen wist hij er maar liefst vier te winnen. Op 16 maart versloeg hij Otto Veninga.

De langste partij van de middag kwam op naam van Kees van der Dussen, spelend met wit, en Alex de Roovere. In het middenspel verloor Alex een paard en niet veel later ook nog twee pionnen. Opgeven komt echter niet voor in het woorden boek van Alex. Toen in het verre eindspel Kees dreigde te promoveren, gaf Alex zich uiteindelijk gewonnen.

Uitslagen:
Johan de lange – Egbert Aalbers 0 – 1, Jan Hartsuiker – Hans Gillet 1 – 0, Hans de Groot – Wiegcher Dam 1 – 0, Klaas van der Wal – Otto Veninga 1 – 0, Kees van der Dussen – Alex de Roovere 1 – 0, Martin van den Eijk – Joop de Feijter 1 – 0, Fred Post – Remy Mouthaan 0 – 1, Peter Hekman – Jan Neuteboom 0 – 1.
In remise eindigden:
Marcel Bourgeois – Arno Braam, Willem de Wilde – Wim Ydo, Peter van der Wijngaart – Martien Smit, Ben Verduyn – Herman van Scherrenburg, Tom Smit – Fedde Kingma en Kees van Heerikhuize – Kees van de Voort.

