Zaterdag 7 maart 2026 kwamen de vier teams van ESC in actie in de KNSB competitie. Alle vier de teams speelden een thuiswedstrijd.
ESC 1 (klasse 4C) mocht het opnemen tegen Wageningen 2 en uiteindelijk een heel mooie overwinning van 5,5 – 2,5 noteren.
Diederic ’t Hooft, Martijn Bakker, Dominic van Dijk en Carel de Vries wonnen hun partij. Henri van Kruistum, John Riksen en Sjoerd Meijer speelden remise. Alleen Willem Slagter bleef met lege handen achter.
ESC 2 (klasse 5E) moest de strijd aanbinden met Wageningen 3. Ons team verloor ietwat teleurstellend met 1,5 – 6,5.
Tim Evendijk, Erik van den Eijkel en Sander Rosman sleepten een puntendeling uit het vuur. De overige spelers, Ruben de Vries, Nestor Shirokov, Mark Bakker, Tom Pronk en Jim Pronk verloren.
ESC 3 (klasse 6C) trof op 7 maart Veenendaal 4. ESC 3 kende geen pardon met de Veenendalers die met een pijnlijke 7 – 1 nederlaag naar huis werden gezonden.
Harold Boom, Hans Tuijls, Marcel Bourgeois, Egbert Aalbers, Dick Wenning en invaller Pim Eimers wonnen hun partij. Johan de Lange en Peter Jonker speelden remise.
ESC 4 (klasse 6D) mocht de degens kruisen met ASV 9. Doelstelling was om van die hatelijke nul af te komen. Na een mooie schaakmiddag mocht ESC 4 uiteindelijk de verdiende eerste winst noteren 4,5 – 3,5.
Kai Waninge, Ben Verduyn en Kees van der Dussen wonnen. Robert Degenhart, Tom Smit en Herman van Scherrenburg deelden de punten. Fedde Kingma en Peter Hekman werden op een nederlaag getrakteerd.
Verslag ESC 1
Bord 1. Kees Stap – Diederic ’t Hooft 0 – 1
In een Engelse manoeuvreerpartij kwam ik beter te staan. Dat had ik zelf echter maar ten dele door en het kostte me dan ook veel tijd goede zetten te vinden. Uiteindelijk won ik een pion en daarmee de partij. Bekentenis: op zet 12 bood ik remise aan.
Bord 2. Martijn Bakker – Clemens de Vos 1 – 0
Met wit een rustige opening gespeeld waarbij ik telkens wat beter kwam te staan tot een overtuigende stelling (+1,7), maar mijn tijdsmanagement was weer drama waardoor ik 12 zetten in 1 minuut moest spelen, waarbij ik mijn complete voordeel weer inleverde. Na zet 40 resteerde een complexe gelijke stelling waarbij we beide voor zetherhaling moesten gaan. Zwart kon dat echter niet doen in verband met de teamscore waarna ik na 70 zetten het laatste punt voor het team binnen mocht halen.

Bord 3. Arjen van Herwaarden – Henri van Kruistum ½ – ½
Ik speelde een zijlijn in de Karo-cann die mijn tegenstander niet kende, als gevolg kwam ik prima uit de opening. Ik wist na enig manoeuvreren een goede positie te krijgen maar durfde niet te gaan voor een veelbelovend lijkend pionoffer (achteraf de beste zet). Na een behoudendere zet werden er stukken af geruild en werd er snel tot remise besloten.
Bord 4. John Riksen – Hans Dam ½ – ½

Bord 5. Eric Smaling – Sjoerd Meijer ½ -½

Bord 6. Willem Slagter – Robin van Leerdam 0 -1
Willem speelt ruim 4 uur lang een prima, gelijk opgaande partij.
Na 52. … Kg5 ontstaat de volgende stelling:

Na 53. h7 verliest 53. … Kh6 op slag. Ziet u waarom?
Na 53. … Tb8 is het gewoon remise.
Ik besloot echter tot 53. Tf8 en nu staat wit op slag verloren. Een bitter verlies!
Bord 7. Janno Heger – Dominic van Dijk 0 – 1
Bord 8. Carel de Vries – Frank Taylor 1 – 0

Verslag ESC 2
Ronde 6: ESC 2 uitgeschakeld voor de titel na dikke 6,5-1,5 nederlaag tegen Wageningen 3. Eigenlijk ronde 7 van het programma met de titelkans voor ESC 2 op het spel. Een gelijkspel hield nog een kans, een overwinning zou alles in eigen hand brengen maar een nederlaag mocht niet.
Helaas werd het een kansloze, zij het wat geflatteerde nederlaag omdat er maar liefst vijf halve punten om uiteenlopende redenen – maar veelal onnodig – gemist werden (1 keer remise i.p.v. zekere winst, 1 keer remise i.p.v. goede winstkansen en 3 keer een nederlaag i.p.v. remise).
Bord 1: Frans Bonnier – Ruben de Vries 1 – 0
In de opening werd een gambiet van zwart niet aangenomen door wit. Ruben was onbekend met deze voortzetting. Even later werd alsnog een pion gegeven door zwart voor aanval. Ruben bood vervolgens ook een loper aan, maar deze werd (waarschijnlijk terecht) ook niet genomen. Ondanks dat de loper nu in veiligheid gebracht kon worden zou dat leiden tot nog een pionverlies. Ruben koos voor de ingewikkeldere lijn waarbij de loper geofferd werd. Wit verdedigde nauwkeurig en bleef een stuk voor. Terwijl zwart een matdreiging verdedigde bleek de zwarte dame ingesloten te zijn. Overtuigende winst voor wit.
Bord 2: Tim Evendijk – Marco Otte 0,5 – 0,5
Tim kreeg met wit een solide stelling. Hij pakte iets meer ruimte in het centrum en door a2-a4-a5 ook ruimte op de damevleugel. De dreigingen op de koningsvleugel werden keurig gepareerd en na wat subtiel schuiven viel het eerste pionnetje op b6. Vlug daarna een tweede op a6 en dit kon rustig uitgespeeld worden naar de winst. Toen ook nog de derde pion viel kon het niet verkeerd gaan dacht hij. Maar de tegenstander kan nog een schaakje geven op a7 en daarna switchen naar a1, b2, b1, b2, b1… Toch nog de winst uit handen gegeven door eeuwig schaak. Enigszins overweldigd van wat er gebeurde accepteerde Tim het remiseaanbod van de tegenstander.

Bord 3: Co Wiersma – Nestor Shirokov 1-0
Wit opende met Pf3 met daarna c4. Nestor kwam redelijk uit de opening maar zijn stukken liepen achter in ontwikkeling. In het middenspel kon Nestor zijn stukken ontwikkelen en het initiatief overnemen. Nadat de torens werden afgeruild kwam Nestor in een stelling met veel mogelijke zetten en variaties. Bijna elke variatie leidde tot remise, maar zwart was op zoek naar een voordelige uitkomst. Maar na al dat rekenen blunderde Nestor zomaar zijn loper weg. Gelukkig blunderde wit een paar zetten later en kon Nestor met een vrijpion een stuk terugpakken. Theoretisch was het nu remise maar de zwarte koning was niet actief en de witte koning ging samen met de witte loper achter het paard aan. Het paard kon door een onnauwkeurigheid helaas worden opgesloten. Nestor offerde zijn paard in de hoop om bij de witte pionnen te kunnen komen, maar was één zet te laat.
Bord 4: Erik van den Eijkel – Joost Hooghiemstra 0,5 – 0,5
Erik kreeg de Najdorv-variant van het Sicliaans op bord. Zwart kwam best wel goed uit de opening, maar liep toch vast met een toren op c4. Een opzet om via de toren op b4 een pion op de a of b lijn te winnen zou niet goed aflopen. Een terugtocht naar c7 zou mij weer spel geven. Herhaling van zetten was het resultaat omdat hij eigenlijk ook niet beter had; een andere zet zou namelijk de stelling verslechteren.

Bord 5: Cees van de Waerdt – Mark Bakker 1 – 0
Op bord 5 kreeg Mark met zwart een Caro-Kann op het bord, waarin beide partijen zochten naar een duidelijk aanvalsplan. Dit gezoek leidde tot een afruil van alle zware stukken, waardoor het 6 pionnen en een zwartveldige loper voor beide partijen was. Mark dacht remise te kunnen claimen door zetherhaling, maar dit deed hij niet correct, waardoor de spelers doorspeelden. Diep in het eindspel maakt Mark een fout, waardoor hij kansloos is. Een absoluut onnodige nul.
Bord 6: Tom Pronk – Pieter de Paus 0 – 1
Tom kreeg met wit een gecompliceerde stelling op het bord. Wit had het loperpaar, terwijl zwart iets meer ruimte had. Tom kwam (zoals wel vaker) in tijdnood, maar na een grootscheepse afruil tussen de 30e en 40e zet wist hij de tijdcontrole te halen. Het leek uit te lopen op zetherhaling in een toreneindspel, maar na een moment rust nam Tom ruim 10 minuten om de stelling nog eens goed te bekijken en dacht hij de partij te kunnen winnen. Niets bleek minder waar en de vrijpion van zijn tegenstander die Tom dacht te winnen bleek niet meer te stoppen. Opgeven was het enige dat nog restte.

Bord 7: Harry Verhoef – Jim Pronk 1 – 0
Jim zat al heel snel in extreme tijdnood na een gedrongen en gecompliceerd middenspel. Hij gaf een toren tegen twee lichte stukken en kreeg uiteindelijk een open lijn met kansjes tegen de witte koning. Met nog 10 seconden op de klok grijpt hij echter mis. I.p.v. een dame-zet geeft hij snel een schaakje met de toren. Dat blijkt helaas direct te verliezen. De stelling was remise na een damezet naar de onderste lijn, maar dit soort dingen gebeurt vaak na een langere tijd onder hoge tijdsdruk spelen.
Bord 8: Sander Rosman – Koen Uitdehaag 0,5 – 0,5
Sander verloor in de opening een pion maar zwart hield in het middenspel een triplepion en dubbelpion over in een aan beide kanten twee torens plus loper en pionnen eindspel. Sander staat dan ineens heel veel beter en heeft zeker winstkansen. Zijn tegenstander compliceert door b5 en als Sander nu cxb5 doet blijft hij in het voordeel omdat zijn damevleugel-pionnen verbonden blijven. Hij kiest echter voor pionwinst met Txg5 en bxc4 Txc4 bxc4 en dan staat hij ineens een heel stuk minder. Hij moet dan voor remise vechten en dat lukt gelukkig tot er alleen nog twee koningen en een pion in de oppositie staan.
Verslag ESC 3
Bord 1 Lodewijk Blom – Harold Boom 0 – 1
Harold kon invallen, schoof zijn partij keurig op en kwam een paard tegen een pion voor te staan. Zijn tegenstander deed nog een alles‑of‑niets‑aanval; Harold keek ernaar en was niet onder de indruk. Het winnen van een toren werd een cadeau en zijn tegenstander gaf op.
Bord 2 Hans Thuijls – Nico Bosman 1 – 0
Zwart kreeg de e‑lijn in handen en speelde f5 om te breken. Hans had een tussenschaak, waardoor de pion op f5 gewonnen werd. Na een beetje spielerei op de damevleugel ging zwart verdedigen. Dit gaf wit de gelegenheid om de e‑lijn over te nemen en een stuk te winnen. Na terugslaan zou een paardvork volgen. Even daarna was de winst binnen.
Bord 3 Pieter Anjema – Marcel Bourgeois 0 – 1
Marcel speelde geconcentreerd. Hij kreeg steeds meer controle, liet weinig toe, en opende de stelling precies op het juiste moment. Zijn voordeel werd beslissend.
Bord 4 Johan de Lange – Jaap Hille van Beelen 0,5 – 0,5
De partij ging lange tijd gelijk op, al waren de witte stukken wat beter ontwikkeld. Toen zwart de open f‑lijn kreeg, moest Johan vrij onverwacht toch op zijn tellen passen. Even zag het er dreigend uit, maar subtiel verdedigen leverde een eindspel op van beiden een dame en zes pionnen dat wit noch zwart kon winnen, remise dus.

Bord 5 Jan Offringa – Egbert Aalbers 0 -1
Spelers hielden elkaar lang in evenwicht. Zwart had klein positioneel voordeel en besloot de koningsvleugel open te breken. Beide actieve lopers gaven de doorslag. Wit besloot op te geven toen hij de keuze had tussen verlies van dame of mat.
Bord 6 Dick Wenning – Ruben Meijer 1 – 0
Dick speelt zijn Dame gambiet. De tegenstander maakt een strategische fout in de opening en staat al snel op –2. Dick bouwt rustig uit, dames van het bord, gesloten centrum; de paarden van zwart kunnen nergens heen. Rond zet 25 begeeft de stelling van zwart het en volgt vol paard‑ en pionwinst voor Dick. Er zouden nog meer pionnen volgen, maar de tegenstander gooide de handdoek in de ring.
Bord 7 Diet Kieviet – Peter Jonker 0,5 – 0,5
Wit opende goed en kreeg druk op het centrum. In het middenspel werd veel afgeruild, waarbij Peter een pion won. Echter, in het eindspel met ongelijke lopers was er geen winst meer te behalen. Zwart probeerde een loper in de aanbieding te doen, maar wit mocht deze niet slaan vanwege promotie van een pion voor zwart. Wit doorzag dit goed en bood even later remise aan, wat werd geaccepteerd.

Bord 8 Pim Eimers – Timothy Overeem 1 – 0
Pim Eimers had 45 minuten minder op de klok voordat hij begon. De partij startte als een soort Vierpaardenspel. Wit speelde echter agressief en wist al snel de pionnen voor de gerokeerde koning open te breken, waardoor hij een toren kon winnen. Zwart probeerde nog tegenspel te creëren en sloeg de initiële aanval van wit af, maar gaandeweg kon wit stukken ruilen en de stelling verder openen. Nadat de laatste stukken waren geruild, bleef wit over met een paar pionnen extra en een volle toren meer. Vanaf dat moment kon wit de zwarte koning buitenspel zetten en een pion laten promoveren tot dame, waarna de partij snel beslist was.
Resumé
Met zes zeges en twee remises is de 7–1 eindstand een rechtstreekse afspiegeling van het spelbeeld. Niets aan toe te voegen, precies zoals de spelers het hebben beleefd.
Verslag ESC 4
Na vier nederlagen op rij was het de hoogste tijd dat er eens gewonnen moest worden. Met een puntendeling zouden we ook al tevreden zijn. Tegenstander was ASV 9 die met twee matchpunten net boven ESC 4 stonden. Na vele zweetdruppels behaalden we uiteindelijk een zwaar bevochten 4,5 – 3,5 overwinning.
Aan bord 8 mocht Kai Waninge het eerste punt noteren, zijn tegenstander was niet op komen dagen, dus de reglementair 1 – 0 was voor het team een mooi begin.
Aan bord 1 blunderde Fedde Kingma op de vijfde! zet een paard. Fedde probeerde de bakens nog te verzetten maar zijn tegenstander gaf geen krimp. Op de twintigste zet zag Fedde in dat verder spelen geen zin had en gaf hij zich gewonnen. Tussenstand 1 – 1.
Peter Hekman speelde met zwart aan bord 7 een goede partij. In het middenspel verloor Peter een kwaliteit waarna zijn tegenstander de partij feilloos uitspeelde naar winst. Tussenstand 1 – 2.
Aan bord 2 speelde Ben Verduyn met wit een verdienstelijke partij. Tot het middenspel was het een gelijk opgaand. alleen Ben had een verbonden pionnenstructuur en zijn tegenstander een niet verbonden pion in het centrum. Na vele zetten kon Ben deze pion eindelijk veroveren, waarna hij geen foutjes maakte in het eindspel. Toen Ben met een pion dreigde te promoveren, gaf de Arnhemmer zich gewonnen. Tussenstand 2 – 2.
Herman van Scherrenburg speelde met wit aan bord 4 het London System. In het middenspel had Herman licht voordeel, maar hij zag geen mogelijkheden om door te drukken, waarna hij remise aanbood, welke direct werd aangenomen. Tussenstand 2,5 – 2,5.

Aan bord 3 speelde Tom Smit met zwart een goede partij. In het middenspel had Tom de betere stelling, licht materiaal voordeel en zijn tegenstander was in de tijdnoodfase beland. Niets leek een overwinning in de weg te staan. Tom begon, wellicht door vermoeidheid, wat foutjes te maken waarna hij zich uiteindelijk met een puntendeling tevreden moest stellen. Tussenstand 3 – 3.
Robert Degenhart speelde aan bord 5 een ijzersterke partij. In het begin van het eindspel hadden beide spelers nog een toren en drie pionnen. De aangeboden remise werd door Robert afgewezen. Met het mes op tafel werd het eindspel aangevangen, Robert deed telkens de enige juiste zet, maar zijn tegenstander deed niet voor hem onder. Toen alleen de koningen nog op het bord stonden was de uitslag duidelijk. Tussenstand 3,5 – 3,5.

Alles hing af van de laatste partij aan bord 6 van Kees van der Dussen. Kees begon de partij met griepverschijnselen, toch speelde hij met wit een opportunistische partij. Hij opende een geweldige aanval op de zwarte koningsvleugel. In het middenspoel won Kees een loper, omstanders waren van mening dat zelfs de zwarte dame veroverd had kunnen worden! In het eindspel zette zijn tegenstander zijn koning op een verkeerd veld, waardoor Kees mat kon geven. Een meer dan mooie overwinning die tevens de teamwinst opleverde. Eindstand 4,5 – 3,5.


